Artikelen, mediaoptredens, lezingen en exposities van Jeroen Komen.
20 juni 2016 (door Conny Kraaijeveld)
20 juni 2016 – Jeroen was te gast bij Conny Kraaijeveld in het populaire lunchprogramma Aan Tafel op RTV Utrecht / Radio M. In een levendig gesprek praten ze over de overstap van het directeurschap in de IT naar de ultieme vrijheid in de cockpit, spannende momenten in de lucht, en leest Jeroen een prachtig fragment voor uit zijn pas verschenen boek Ik kan vliegen.
Conny Kraaijeveld: Het is 9 over 1, het lunchprogramma Aan Tafel. Even een verhaal in een notendop. Je zet een bedrijf op in automatisering. Je begint misschien wel wat onderop, techneut. Je werkt je op, het gaat goed. Je krijgt 25 man onder je. Je wordt directeur. En dan denk je: is dit het of is er misschien nog iets anders leuks? Nou ja, deze man waar ik het over heb, die vond vliegen nog wel leuk... in een vliegtuigje. Je verkoopt gewoon dat bedrijfje. Je stelt iemand aan als algemeen directeur. Je koopt een vliegtuigje, je gaat vliegen, je neemt foto's... je neemt af en toe iemand mee, niet altijd. En je proeft van de vrijheid. Iets wat vele mensen niet durven, heeft hij gedaan. En ik heb hem aan tafel. Jeroen Komen, goedemiddag.
Jeroen Komen: Goedemiddag.
Conny Kraaijeveld: Ik wil vliegen... Ik kan vliegen, zo heet je boek. Precies. Is er een droom uitgekomen? Of ben je alweer dat voorbij? Vind je het alweer normaal?
Jeroen Komen: Ik vind het sowieso wel normaal, maar als ik terugblik op mijn leven... dan kan ik concluderen dat er een droom is uitgekomen. Ik denk dat er heel veel jongetjes op de lagere school of brandweerman willen worden, of piloot. En in mijn geval had ik dat een beetje naast me neergezet... ook omdat het op school niet altijd even goed ging. En voor piloot moet je flink studeren. Dus ik ging andere dingen doen. Ik trok de wereld in. Dat was misschien ook al een droom van me. Liftend vaak. En heb veel landen kunnen zien. En een paar jaar later kreeg ik de kans om voor myself te beginnen. Ik schreef me in bij de Kamer van Koophandel. En opeens was ik dus ondernemer. Officieel zelfs directeur.
Conny Kraaijeveld: Ja. Bedrijfje zit in Nieuwegein nog steeds?
Jeroen Komen: Klopt. Dit is een mooi bedrijf. Het bestaat dus nu al meer dan twintig jaar. Want het was in 1995 dat ik me officieel inschreef. En daar kwam dus de droom uit om ondernemer te zijn. Om zelfs directeur te zijn, als je het zo wil noemen. Maar ik was dus vooral techneut in het begin. En ik hielp andere mensen met het vertrouwd raken met computers. PC's kwamen toen in opmars. En later ook het internet en e-mailen en al dat soort dingen. Het bedrijf groeide, dus ik moest ook andere functies leren. Zoals managen of coördineren. En uiteindelijk had ik zelfs een managementteam nodig. Dus dan leer je als directeur echt een strategie neer te zetten en een visie uit te dragen. Je hebt ook een voorbeeldfunctie, dus je rol verandert steeds. Ik weet niet of dat een droom is geweest dat ik een directeur was met een stropdas om, maar ik merkte wel dat dat net niet helemaal bij mijn natuur past. Van vrijheid. Dus toen de gelegenheid zich aandeed om mijn gezicht wat minder vaak te laten zien op kantoor, toen greep ik die gelegenheid.
Conny Kraaijeveld: Ja, je hebt eerst nog een bedrijfje wilde je opzetten in 3D-printers. Maar dat ging vanwege de crisis niet helemaal lekker.
Jeroen Komen: Klopt. Ik hou dus eigenlijk structureel van innovatie. Van nieuwe dingen, nieuwe kansen. Van veranderingen in de markt. En 3D-printen was toen en is nog steeds een beetje een hype. We hebben er allemaal hoge verwachtingen van. Dus ik dacht: als ik destijds succesvol was in het uitrollen van pc-netwerken, dan moet ik nu die kans grijpen op 3D-printen bijvoorbeeld, of op beeldtelefonie.
Conny Kraaijeveld: En dat heb je niet gedaan? Wat was het moment dat je dacht van: ik doe dit niet, ik koop een vliegtuig en ik ga er de wereld in?
Jeroen Komen: Ja, het hielp dat het vliegtuig wat te koop stond op mijn pad kwam. Dus iemand tipte mij: er staat een prachtig vliegtuigje te koop, ga eens kijken. En ik merkte ook dat de energie die ik ooit had gehad om een eenmanszaak te beginnen in Nieuwegein in 1995, dat ik diezelfde energie niet nog een keer had. Ik was misschien al een beetje verwend met heel veel personeel om me heen en daar horen ook veel kosten bij. Dus om dan een nieuw bedrijf te beginnen wat 3D-printen van de grond tilt, wist ik dat ik moest gaan investeren. En dat gevoel, dat klopte op dat moment niet. Misschien wel door die crisis, misschien ook wel omdat ik wat ouder was en minder naïef.
Conny Kraaijeveld: Hoe oud was je toen?
Jeroen Komen: Ik zal rond de veertig zijn geweest toen ik die stap opzij deed bij No Worries.
Conny Kraaijeveld: Ja, nu heb je dan dat vliegtuigje. Even uitleggen hoe dat is gegaan. Want je hebt hem gekocht van een weduwe en haar man die had dat vliegtuig eigenlijk al gebouwd. Ik denk dan als leek: oh mijn god, een zelfgemaakt vliegtuig, dat gaat nooit goed.
Jeroen Komen: Er zijn veel mensen die dat denken en dat zal ook mijn eerste gedachte wel zijn geweest, want ik kende het wereldje van de amateur-vliegtuigbouw nog niet zo goed. Maar toen ik me ging verdiepen in de specificaties en het wereldje, toen merkte ik dat het gewoon een prima vliegtuig is. Een van de mooie dingen in dat wereldje is dat het zelfregulerend is.
Conny Kraaijeveld: Wat houdt dat in?
Jeroen Komen: De stelling is dat als de bouwer van het vliegtuig of de eigenaar van het vliegtuig zo gek is om ermee te gaan vliegen, dan mag je erop vertrouwen dat het ook veilig is. Waarschijnlijk heeft die bouwer meer kijk op veiligheid dan alle procedures en regelgeving bij elkaar.
Conny Kraaijeveld: Ja, maar wat nou zo leuk is... mag ik vragen wat dat nou ongeveer kost trouwens, zo'n vliegtuig met twee propellers? Het hoeft niet op de cent, maar ongeveer.
Jeroen Komen: Ik heb maar één propeller.
Conny Kraaijeveld: Oh, jeetje, je hebt één propeller, oké, ja.
Jeroen Komen: Je kunt soms een tweedehands vliegtuig kopen voor vijf of tien duizend euro. Dus dat is eigenlijk heel goedkoop. En de verklaring is dan vaak dat de motor misschien niet heel lang meer meegaat.
Conny Kraaijeveld: Jij zegt dat met droge ogen, maar als ik denk: er zit één propeller op... Kijk, met een auto, dan rij je naar de vluchtstrook. Maar met een vliegtuig?
Jeroen Komen: Dan moet je een zogenaamde noodlandingsprocedure inzetten. Dat wil zeggen dat het vliegtuig gaat zweven, want die vleugels zitten er nog steeds aan. En door een klein beetje naar beneden te sturen, hou je wel de snelheid. En met snelheid vliegt het vliegtuig ook.
Conny Kraaijeveld: Oké, dus zonder de propeller kun je veilig landen?
Jeroen Komen: In een weiland. Moet er wel een weiland zijn natuurlijk.
Conny Kraaijeveld: Ja, precies. Eventjes schetsen hoor. Want jij vliegt ongeveer tussen de 500 meter hoog tot één kilometer. Je vertelde net, je hebt iets van duizend vluchten gedaan. Wat van 500 in Nederland, dus 500 buiten Nederland. Wel in Europa, mag ik hopen, toch?
Jeroen Komen: Dat klopt. Ik ben één keer bij Istanbul over de Bosporus heen gevlogen, dus dan ben je in Azië. Maar verder heb ik niet met mijn eigen vliegtuig buiten Europa gevlogen.
Conny Kraaijeveld: Je vliegt, je hebt geen gezin wat je meeneemt. Je vliegt alleen en af en toe, voor bijvoorbeeld een interview nu in het Bladleven, dan neem je iemand mee. Je hebt cabaretier Hans Sibbel een keertje meegenomen. Je vliegt ook wel eens met mensen. En je landt dan ergens zomaar en dan maak je kennis met de lokale bevolking. Kan dat dan zomaar? Maar zit jij in de lucht en je denkt: nou, ik wil graag daar naartoe, ik ga daar landen?
Jeroen Komen: Dat kan voor een groot gedeelte. Eigenlijk nooit ben ik opgestegen zonder zeker te weten welke kant ik op ga vliegen en met een doel voor ogen waar ik zou kunnen landen. Want je wilt van tevoren uitrekenen of je genoeg brandstof bij je hebt, of het weer goed is onderweg, of er ook niet speciale evenementen zijn waardoor er verboden terreinen zijn of militaire oefengebieden. Dus die voorbereiding moet je doen. En als je dan eenmaal het luchtruim kiest, met name in bijvoorbeeld Frankrijk, dan kun je je route zo kiezen dat je over heel veel andere vliegveldjes heen vliegt. En dan kun je vanuit de lucht zien of het er gezellig uitziet, of de vliegclub open is of het vlakbij het dorpje is. En anders vlieg je er gewoon even om en dan land ik daar even. Voor mij is het ook altijd een uitdaging om brandstof bij te kopen. Ik gebruik gewoon autobenzine, dus dan hoop ik een autobenzinepomp vlakbij het vliegveld te zien zodat ik met mijn jerrycans daarheen kan lopen.
Conny Kraaijeveld: Heb je enig besef hoe gek dit allemaal klinkt? Want jij vertelt het met droge ogen, of dat je gewoon met je fiets door de stad Utrecht fietst. Je woont in Leidsche Rijn. Je gaat dan 's morgens rijden naar vliegveld Hilversum, want daar staat je vliegtuigje. En huppakee, daar ga je die lucht weer in. Die vrijheid. Ja, droge ogen.
Jeroen Komen: Maar ik twinkel geloof ik wel van trots.
Conny Kraaijeveld: Ja, je twinkelt wel, ik zie het wel. Vertel, sorry...
Jeroen Komen: Ja, dus ik ben bevoorrecht dat ik dit kan doen. En het leuke vind ik in ieder geval dat ik ook steeds de gelegenheid heb om mensen mee te nemen, die dan zien dat het ook iets gewoons heeft. Het is wel heel uniek, maar die mensen kan ik toch de dag van hun leven bezorgen door ze mee te nemen op een tochtje. En ook met zo'n boek hoop ik andere mensen deelgenoot te kunnen maken van dat het eigenlijk wel gewoon te doen is.
Conny Kraaijeveld: Er staan hele mooie foto's in. Die heb je zelf gemaakt. Doe je dat trouwens met één hand? Moet je allebei de handen van de knuppel halen, of hoe gaat dat?
Jeroen Komen: Ik haal inderdaad beide handen van de knuppel. Want het is een zware spiegelreflexcamera met een flinke telelens.
Conny Kraaijeveld: Raampje open?
Jeroen Komen: Ja, raampje kan niet open, dus het moet door het plastic heen. Door het plastic, ja.
Conny Kraaijeveld: En dan stuur ik met mijn knieën... Nou, het moet niet gekker worden, joh. Wij gaan eventjes muziek luisteren en zo meteen... ja, spannende verhalen. Het gaat gelukkig altijd goed, maar je hebt wel een paar keer in ontzettend hachelijke situaties gezeten. Nou, daar gaan we het zo meteen over hebben, dat hoort u zo meteen na The Carpenters.
(Muziek: The Carpenters)
Conny Kraaijeveld: Nou, dat is eigenlijk best een toepasselijk plaatje voor Jeroen Komen. Hij maakte het boek Ik kan vliegen. Hij heeft zijn baan opgezegd al een tijd geleden om te gaan vliegen in zijn vliegtuig, neemt af en toe wat mensen mee, voornamelijk in Nederland en ook verder buiten. Nou, laten we maar eens beginnen bij de afdeling Spannende Verhalen, want ik heb natuurlijk wel wat gelezen in het boek. Het verhaal van de wolk en de beslagen ruit met ijs in een notendop. Want we hebben nog een minuutje of vijf, Jeroen.
Jeroen Komen: Ja. Ik vloog van de Alpen in Frankrijk richting Spanje, Tarragona. En omdat je de Alpen uitvliegt, zit je al relatief hoog. Jij noemde net één kilometer, maar ik zat op twee kilometer. Dat is eigenlijk heel relaxed vliegen. En voor mijn neus was een wolk. En in Nederland heb ik ook wel zo'n wolkje gezien en dan mag het niet, omdat ik dus zichtvlieg. Dan ben ik daar stiekem doorheen gevlogen.
Conny Kraaijeveld: Oh, wacht even. Jij vliegt op het zicht. Precies. Jij hebt geen apparaten aan boord waarvan je kan zien: hé, die wolk die houdt op, geen probleem.
Jeroen Komen: Klopt, dat kun je allemaal niet zien. Dus met regen en met storm en met hagel heb je best wel... heb je klamme handen. Dan mag ik niet vliegen, dan ga ik ook niet vliegen. Nee, nee, nee. En ook in het donker kan ik en wil ik niet vliegen.
Conny Kraaijeveld: Nee, goed. En toen, wat gebeurde er? Je vloog die wolk in.
Jeroen Komen: Ja, en dat ging eigenlijk wel goed. Ik was wel een beetje gedesoriënteerd, heet dat, want je hebt dus geen horizon meer om je op te focussen. En dan kon ik zien op het gps-schermpje dat ik aan het zigzaggen was. Dus je bent echt geconcentreerd bezig om dat vliegtuig recht te houden. Er is een risico dat je het per ongeluk kantelt, dat moet je niet hebben. Dus ik zat wel op de kunstmatige horizon te kijken en opeens merkte ik dat het zicht voor mijn neus nog meer aan het verdwijnen was. Ik zag een laagje opbouwen op het raam en toen besefte ik: oh, dat is ijs. En ijs is foute boel. Dat had ik wel een keer geleerd in een theorieboekje.
Conny Kraaijeveld: Even een blonde vraag: een ruitenwisser zit er niet op?
Jeroen Komen: Klopt, zit er niet op. Normaal gesproken doet de propeller de regen van de ruiten afblazen. En ijs zou je dus ook niet tegen mogen komen onderweg. Bijvoorbeeld omdat ijs zwaar is en de stroomlijn verstoort. Dan kan het vliegtuig niet meer vliegen.
Conny Kraaijeveld: Oh jeetje. Wat gebeurde er toen?
Jeroen Komen: Nou, eigenlijk nog helemaal niks, behalve dat ik wist dat het foute boel was. Dus ik ben een duikvlucht gaan nemen naar beneden. Mensen zijn wel gewend om dan omhoog te gaan, weg van de grond. Maar je moet dan contra-intuïtief naar beneden, omdat je dan snelheid kunt maken en daardoor blijft het vliegtuig vliegen. En zodra je onder de wolk uitkomt, is ook de vochtigheid weg en de kou, en dan smelt het ijs weer van het raampje weg.
Conny Kraaijeveld: Oké. En spannend is natuurlijk dat als je naar beneden gaat, dat je niet zeker weet of daar een berg is waar je dan per ongeluk tegenaan vliegt. Maar dat is toch gewoon een beetje Russisch roulette dit, Jeroen? Dat is toch prijsschieten, of ligt het aan mij?
Jeroen Komen: Nee, ik ben bang dat ik je gelijk moet geven. Achteraf gezien weet ik dat dit gewoon echt heel onverstandig is geweest.
Conny Kraaijeveld: Maar op dat moment besefte jij dat niet?
Jeroen Komen: Toen ik die wolk in vloog, toen dacht ik, zoals je vanmorgen zei: nou, met een minuutje ben ik wel aan de andere kant. Maar dat was niet zo. Na vijf minuten was ik nog steeds niet aan de andere kant, en toen begon wel het ijs aan te zetten.
Conny Kraaijeveld: Jeetje mina. Laten we er nog eentje doen. Het verhaal van de deur die eruit vliegt. Het wordt steeds gekker hoor. Je vliegt door de lucht en er komt een windvlaag, je doet je raampje open en je hele deur waait eruit.
Jeroen Komen: Ja. Ja, dat verhaal heb ik ook mooi kunnen vertellen op het TEDx Utrecht evenement in Tivoli. Dus mensen kunnen dat terugzoeken op YouTube als ze zoeken op "Flying, Not Breaking". Wat er gebeurde is dat ik opgestegen was in Chisinau, de hoofdstad van Moldavië, en dat ik terugwilde naar de Europese Unie, naar Roemenië. En dat ik twintig minuten nadat ik opgestegen was, me enorm ergerde aan een fluittoon. En dat kennen we denk ik allemaal wel eens van de auto, want dan zit er misschien een riem tussen of zo. Dus ik dacht: weet je wat, ik doe die deur heel even open en dan gauw weer dicht, en dan is misschien die fluittoon weg. Ik moet nog een uur vliegen, dus ik wil niet de hele tijd naar die herrie luisteren. Dus ik deed die deur even open... en toen kreeg ik hem niet meer dicht. Zo zwaar was het, want de wind haakte achter die deur. En opeens had ik helemaal niks meer in mijn hand, maar wel een hele hoop lawaai in de cockpit. De deur was verdwenen.
Conny Kraaijeveld: Je deur was eruit gewaaid. Jeetje mina. Ik heb foto's in het boek gezien dat dat even provisorisch met hout op de grond weer werd dichtgemaakt. Heb je die deur ooit teruggevonden eigenlijk?
Jeroen Komen: Nee, ik heb toen ook op TEDx een oproepje gedaan of mensen die gaan wandelen in Moldavië willen zoeken naar een deur. Want die deur is misschien gebruikt voor een kippenhok door een boer die hem gevonden heeft. Ik heb een nooddeur gekregen van hele aardige mensen in Roemenië en die nooddeur bevalt zo goed dat die er nu, vier jaar later, nog steeds in zit.
Conny Kraaijeveld: Kun je aan ons uitleggen, Jeroen... we maken er wel een grapje van, maar waarom jij dit leven leidt? Het is voor een leek inderdaad heel vrij. Geen baan, je pakt je vliegtuig wanneer je zin hebt, als je zin hebt om naar een mooi land te vliegen. Je neemt iemand mee of niet, je gaat er naartoe. Je landt, niet zomaar overal, want dat is natuurlijk wel aan regeltjes verbonden. Wat missen wij? Wat kun je omschrijven wat je voelt als je daar dan in die lucht vliegt?
Jeroen Komen: Ja, zeker. Ik heb er ook lang over gedaan om dat van mezelf te begrijpen, want ik weet dat het niet helemaal standaard is hoe ik mijn leven leid. Het eerste ingrediënt wat ik heel belangrijk vind in mijn leven is vrijheid. Dat begon al na de middelbare school toen ik de wereld introk en ging reizen. En ook als ondernemer, dan wil je niet onder een baas werken, is vrijheid belangrijk. Maar dat ik extra goed gedij in de lucht in zo'n klein vliegtuigje heeft er ook mee te maken dat het in contrast staat met hele strakke regels. Dus het begint met die regels dat je niet overal mag landen, maar er zijn ook allemaal natuurkundige wetten. De zwaartekracht is sterker dan mensen die niet kunnen vliegen uit zichzelf. En het uitzicht wat je beschrijft in het boek: rechte kanalen, rechte bomenpartijen... Wat een mens heeft gemaakt is allemaal recht en voor de rest is het nog een rommeltje. Een sleutelwoord is dan voor mij: contrasten. Ik hou van het contrast van vrijheid en regels die ik mezelf opleeg. Je ziet de schoonheid van de natuur met die mooie cirkels in wateren in Lapland, of die meanders die ik al noemde, of de wolkenpartijen. Dat zijn allemaal chaotische dingen die niet bedacht zijn door mensen. En je ziet ook dingen die mensen wel bedacht hebben, zoals nieuwe woonwijken of kassen of snelwegen.
Conny Kraaijeveld: Eventjes luisteren naar een stukje van jou als piloot via de radio. Als je gaat opstijgen is dit geloof ik. En hoe klinkt dat dan in de lucht? Even luisteren.
(Audiofragment)
"Dit is de mooiste matras. Dus je ziet hier beneden alle villa's van Laren en Blaricum. Ja, en al die mensen die hebben enorme heggen vanwege hun privacy, maar als wij er zo overheen vliegen dan zien we prima hoeveel zwembaden ze hebben en tennisbanen."
Conny Kraaijeveld: En dan nog even het landen. Is dat trouwens het gevaarlijkste, het landen van het hele vliegen?
Jeroen Komen: Ik vind het in ieder geval het leukste. Er wordt wel gezegd dat het relatief gevaarlijk is en een bijzondere factor is dat dan de piloot ook wat vermoeider is omdat hij de hele vlucht al achter de rug heeft. Dus hij heeft een relaxte vlucht gehad en voor het landen moet hij zich extra concentreren. En die psychologische factor, die is een negatieve factor voor het gevaar.
Conny Kraaijeveld: Je bent veilig geland gelukkig, want je zit hier. Zou jij een stukje willen voordragen uit het boek Ik kan vliegen, Jeroen?
Jeroen Komen: Natuurlijk.
"Op YouTube circuleren filmpjes van de meest bijzondere vliegvelden in de wereld. Eén daarvan is het nabijgelegen Barra. Dat vliegveld heeft geen echte startbanen, maar een strand dat uitsluitend bij eb bruikbaar is. De lijndiensten die er twee of drie keer per dag landen, zijn dus volledig afhankelijk van het tij. Ik vertel de heren dat ik van plan ben het vliegveldje te bezoeken en ze zeggen me dat ik daarvoor eerst toestemming moet vragen. Binnen de kortste keren spreek ik met de verkeersleider van Barra. Hij zegt dat ik twee dagen later pas welkom ben. Als ik teleurgesteld verklaar dat ik niet zeker weet of ik zo lang wil blijven wachten, wijzen de havenmeesters mij op een ander cirkeltje op de kaart. Ze leggen uit dat ook dit een vliegveldje op het strand is. De volgende ochtend ga ik ernaar op zoek. Het heet Solas. Als ik er volgens de GPS overheen vlieg, zie ik een weg met een aantal huisjes en diverse stranden, maar geen vliegveld. Na wat cirkelen en zoeken veronderstel ik dan maar dat de lange strook zand in een baai naast een duinrandje de landingsbaan moet zijn. Het lijkt mij verstandig er eerst eens laag overheen te vliegen om te controleren hoe de ondergrond is. Maar als ik vlak boven het zand vlieg, ziet het er zo goed uit dat ik maar meteen land. En daar sta ik dan. In de verte zie ik een 4-wheel drive en wat spelende kinderen, maar die slaan nauwelijks acht op mij. Nog veel verder staan een paar huizen, maar ik heb geen zin om er naartoe te lopen. Vanuit de lucht had het er niet uitnodigend uitgezien. Terwijl ik wat selfies maak, komt er een andere 4-wheel drive aangereden. De chauffeur stelt zich voor als Alistair. Hij had mij zien cirkelen en dacht al dat ik hier zou landen. Hij is zelf-pilot en organiseert de jaarlijkse fly-in naar dit vliegveldje. Soms komen er dan wel 40 vliegtuigjes voor een barbecue op het strand. Maar afgelopen jaar verscheen er slechts een enkeling. Het weer bij Solas was weliswaar goed, maar in de rest van Engeland en Schotland konden de vliegtuigjes niet veilig vertrekken."
Conny Kraaijeveld: Ja, dus jij bent daar gewoon geland? Zonder problemen?
Jeroen Komen: Ja, het was hartstikke leuk. Het mooiste was dat ik daar heel goed de sporen kon zien van mijn eigen vliegtuigje, waar ik de touchdown gedaan had. En ik ben helemaal teruggelopen naar het begin om te kijken hoe dat er dan uitzag. Hoe hard je dan op het zand landt. En tijdens dat wandelingetje kwam dus die Alistair er even aan om een praatje te maken. En ik heb nu zijn telefoonnummer nog en we appen wel eens. Wie weet ga ik hem nog eens opzoeken.
Conny Kraaijeveld: Vriendschap voor het leven. Ja. En wij moeten er een einde aan maken. Er is ook een tentoonstelling in Museum IJsselstein, dat is leuk, tot en met 15 september te zien. En je geeft er ook een lezing over op 30 juni. Als mensen meer willen weten, Jeroen, over dit boek Ik kan vliegen, is het gewoon even googelen op internet?
Jeroen Komen: Het is zeker even te googelen. Het is bij Broese te koop en op alle bekende webwinkels. En ook op mijn eigen website ikkanvliegen.nl kun je het bestellen. Het hapert soms met iDEAL, maar het leuke is wel: als je het daar bestelt, dan kan ik er nog even wat in schrijven.
Conny Kraaijeveld: Kijk, dat is hartstikke leuk. Wanneer ga je de lucht weer in?
Jeroen Komen: Volgende week maandag uit mijn hoofd naar Texel, om te lunchen.
Conny Kraaijeveld: Om te lunchen. Met wie dan?
Jeroen Komen: Met een vriend van mij, Marco Reeuwijk, die ook fotografeert.
Conny Kraaijeveld: Het moet toch allemaal niet op... Ik heb wel een leuke baan, maar als ik dit hoor, dan denk ik... Jeroen, dankjewel voor je mooie, bevlogen woorden en kijk goed uit.
Jeroen Komen: Natuurlijk, dankjewel.